Ik was geen mens. Ik was een waanidee dat door de eeuwen dwaalde, niet zichtbaar, onsterfelijk. Ik was de fee Margarine, eindeloos eenzaam op deze van mensen ontdane planeet. Voor een schuld die niet van mij was, moest ik boete doen - alleen op die manier kon het zonnestelsel voor haar ondergang behoed worden…. Wat voor een nut had het in mijn eenzaamheid dat ik de onzichtbare samenhangen in de wereld doorzag, dat ik de oplossing van het wereldraadsel voor ogen had?…. Ik telefoneerde. Ik sprak menig antwoordapparaat vol. Ik wilde weten of mijn spaarzame vrienden misschien nog in leven waren, of zij nog niet waren meegesleurd door de ondergang van de wereld.’

Regina Bellion bevond zich in de gelukkige omstandigheid dat zij tot een groep van zeven jongvolwassen vrienden behoorde voor wie psychosen een ‘normale’ aangelegenheid waren: zij hadden persoonlijk ervaringen met hallucinaties, depressies en achtervolgingswanen. Deze vriendengroep ontwikkelde zich tot een speciale vorm van zelfhulpgroep. Wat hen bond was echter niet hun behoefte aan hulp, maar wat zij in het normale leven met elkaar deelden: bezoek aan de discotheek of gezamenlijke vrienden.

Ze voelden zich zelfs geen groep. ‘We kookten en aten samen. We lazen elkaar voor en knipten elkaars haren. Wie pijn in de rug had, werd als vanzelfsprekend gemasseerd. Wie spijbelde, kwam vroeg en ging dan bij mij in bed liggen en we sliepen de hele ochtend.’ ‘Belangrijk was de tijd die we met elkaar doorbrachten. En voor mij was het belangrijk dat ik vrienden had… natuurlijk waren er ook vrienden die geen symptomen hadden, noch een diagnose. En die begrepen al gauw dat er voor elk mens een tijd kan aanbreken waarin hij/zij symptomen van bijvoorbeeld hallucinaties kan ontwikkelen. En ze begrepen ook dat die symptomen niet toevallig waren en ook niet zinloos’.

Regina Bellion beschreef haar ervaringen tien jaar na dato. ‘Sindsdien heeft niemand van ons meer neuroleptica voorgeschreven gekregen, en niemand van ons werd meer in een instelling opgenomen. In het begin hielpen we elkaar, opdat het niet nog eens zou gebeuren. Nu dragen we zorg voor elkaar, op een manier die buitenstaanders moeilijk kunnen begrijpen. We bekommeren ons zo goed en kwaad als het gaat om elkaars welbevinden, zodat het hopelijk nooit meer zover komt dat de werkelijkheid verdwijnt en wij ons in het gebied van psychosen terugvinden. Dat het al zo lang goed gaat, geeft ons geen zekerheid. Maar er is hoop voor ons - en (alleen daarom heb ik dit verslag geschreven) voor alle mensen die met de diagnose “schizofrene psychose” moeten leven. Misschien had onze aanpak Loren Mosher wel geïnteresseerd als hij ervan geweten had. Misschien was hij er wel blij door geworden.’ (Uit: Lehmann, 2007)

Het wonderlijke van deze groep jongeren was dat zij een manier van omgaan met psychische crises ontdekte, die op een heel andere plek op de wereld door de Amerikaanse psychiater Loren Mosher in de jaren ’80 van de vorige eeuw werd ontwikkeld: het Soteria-Model. Mosher ontwikkelde op basis van wetenschappelijk onderzoek een methode die uitgaat van het begrip ‘Being With’ (verbonden zijn). Hij deed dat in een open woonsetting, midden in een wijk. De resultaten die Mosher behaalde liegen er niet om. Toch ging het project na een paar jaar vanwege financiële problemen ter ziele.

Halverwege de jaren tachtig herontdekte de Zwitserse psychiater Luc Ciompi langs een heel andere weg de uitgangspunten van Soteria. Hij maakte een overzicht van alles wat hij in zijn dertigjarige ervaring had geprobeerd en streepte door wat niet gewerkt had. En ziedaar: Soteria in een nieuwe vorm. In dit artikel proberen de auteurs een lans te breken voor het Soteriamodel, volgens de werkwijze zoals die in Amerika en later in Bern is ontwikkeld, en zoals deze door soortgelijke projecten in Alaska, Duitsland en Finland is aangevuld. Met als doel te komen tot een nieuwe vorm van ondersteuning aan mensen die een psychische crisis doormaken, waarbij individuele ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen.

aachen

Literatuur

  • Peter Lehman en Peter Stasny (hg.) Statt Psychiatrie 2, Peter Lehmann Antipsychiatrie Verlag, Berlin 2007. Er is ook een Engelse en Amerikaanse editie verschenen: Alternatives Beyond Psychiatry, Peter Lehmann Publishing 2007.
  • Podvoll, E.M. (1990), 'The Seduction of Madness', New York 1990. ISBN 0-06-016029-2. Edward M. Podvoll, 'De verlokkingen van de waanzin', Cothen 1992. ISBN 90-6325-415-6.