Vanuit Nederland waren aanwezig: Han Deibert, Mario Domen, Hannemieke van Helsdingen en Joop van den Heuvel. Verder waren er zo’n 15 mensen uit Duitse instellingen in het Rheinland waar men probeert Soteria-elementen in de bestaande psychiatrische setting in te voeren.
Deze bijeenkomst maakt deel uit van een serie halfjaarlijkse ontmoetingen van de betrokkenen. Opvallend was dat er in vergelijking met eerdere bijeenkomsten meer verpleegkundigen aanwezig waren, in plaats van psychiaters en artsen.
Inleiding
Na een uitgebreide beschrijving van het Fliedner Krankenhaus werd de aandacht gericht op de twee afdelingen waar men werkte met de zogenaamde open deur. Dit houdt in dat de afdeling niet automatisch afgesloten is. Een paar maal per dag wordt er in aanwezigheid van een behandelend psychiater bekeken of de deur open kan blijven. Van deze overwegingen worden verslagen gemaakt die aan de leiding van het instituut worden voorgelegd. De bewoners worden per dag ingedeeld in een aantal categorieën: 1 t.e.m. 6. Dit betekent dat ze verschillende mate van vrijheid hebben. Van geen toestemming om de afdeling te verlaten, via toestemming mits samen met verpleegkundige/medecliënt/familie etc., tot vrije in- en uitloop. ’s Nachts is de deur steeds afgesloten. Dit vooral om ongewenste indringers buiten de deur te houden. Daarom kan de deur ook nooit van buiten af worden opengemaakt. Dan moet er worden aangebeld.
Medewerkers
Deze aanpak vraagt veel van de medewerkers, Aanvankelijk zag men veel beren op de weg en werd verwacht dat de ergste nachtmerriescenario’s werkelijkheid zouden worden. In de praktijk bleek dit erg mee te vallen. Het gebeuren was vergelijkbaar met toen de gemengde afdelingen werden ingevoerd. Ook daar heerste een schrikbeeld van wat het samen behandelen van mannen en vrouwen teweeg kon brengen.
Er hebben zich ook bij de open-deur-aanpak geen rampen voorgedaan. De cliënten waren er over het algemeen rustiger van geworden en de contacten met de buurt waren verbeterd. Voorts kon in sommige gevallen ook met minder medicatie worden volstaan. In gevallen waarin de deur door het gedrag van een van de bewoners wel tijdelijk afgesloten moest worden, bleek dat de cliënten onderling mee probeerden te helpen deze situatie te veranderen. Er was nauwelijks wrok naar degene die de afsluiting had veroorzaakt. Een enkele keer ontstond wel een zondebok-reactie.
Een voortdurend aandachtspunt hierbij was de scholing van de medewerkers. Door het fenomeen van de open deur krijgen zij op een nieuwe wijze verantwoordelijkheid te dragen. Namelijk als persoon en niet alleen als professional. Dit vergt een goede begeleiding in persoonlijke ontwikkeling. Vooral omdat de medewerkers op deze twee afdelingen erg jong waren. Doel van deze training is de medewerkers mede te leren dat zij de beelden van wat zou kunnen gebeuren los gaan laten en zich te beperken tot wat er gebeurt.
Cliënten
In de praktijk van wisselend voorkomen van gesloten en open deur blijkt dat de gesloten deur meer spanningen bij de cliënten oproept, de open deur geeft meer ontspanning. Hierop moeten de medewerkers leren vertrouwen. Dit vergt wel een mentaliteitsverandering, waarin de beheersbaarheid een veel kleinere rol krijgt toebedeeld. De medewerkers moeten leren zich kwetsbaarder op te stellen en zich – indien nodig – terug te trekken uit situaties. Een bijkomend voordeel van deze aanpak is dat er meer interactie ontstaat tussen medewerkers en cliënten. Er ontstaat meer flexibiliteit en gelijkwaardigheid.
De aanpak van de open deur, heeft wel de discussie doen herleven over de vraag of iedereen met een psychische beperking wel in Soteria past. Een contra-indicatie lijkt in ieder geval de noodzaak van een langdurige opname te zijn. Therapeutisch werkt een opname van tot ca. 3 maanden erg goed. Als de opname langer dan 2 jaar gaat duren, is deze eerder ziekmakend.
De aanname van cliënten op een Soteria-afdeling is dan ook erg belangrijk. Als er (teveel) cliënten rondlopen die eigenlijk niet geschikt zijn voor het Soteria-model, komen de medewerkers in een innerlijke spagaat terecht. Zij kunnen dan door de praktijk gedwongen worden van het Soteria-model af te wijken. Een belangrijke taak van het management is dan ook steeds te kijken welke ondersteuning het team nodig heeft om gevallen van fixatie (en daar valt ook dwangmedicatie onder), te voorkomen.
Daarbij blijkt de mate van beschikbaarheid van financiën een grote factor in wat er van de idealen daadwerkelijk ook verwezenlijkt kan worden. In de praktijk bleek het werkzaam te zijn de cliënten die aangemeld werden, niet direct aan de medicijnen te zetten. Ze werden eerst vanuit een permissieve houding geaccepteerd zoals ze waren. Alleen als de cliënt duidelijk liet zien dat hij/zij de situatie niet meer meester was, werd de regie overgenomen.
Daarbij bleek dat in acute situaties ook de nieuwe atypische medicijnen niet goed werkten. Gekozen werd dan steeds voor een kortdurende intraveneuze toediening van bijv. Haldol. Daarbij is een complicerende factor dat de diagnoses waarmee cliënten aangemeld worden steeds ingewikkelder worden.