Centraal staat de behandeling met antipsychotica eventueel aangevuld met cognitieve gedragstherapie. Van een sociaal-psychiatrische benadering is nauwelijks sprake. In de ‘profielschets van de psychiater’ van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie komt het woord ‘subject’ niet meer voor, net zo min als de term ‘rehabilitatie’. Daarbij beroept men zich op een solide wetenschappelijke onderbouwing. Wie de moeite neemt goed te kijken, ziet echter dat deze onderbouwing veel minder solide is dan gesuggereerd wordt. [ NOOT 2]
Er bestaat in de literatuur geen enkele evidentie over een verbetering in het langetermijnverloop van psychosen door antipsychotica. De - nog altijd geweldige -langetermijnstudie van Ciompi uit 1976 toonde al aan dat de grote meerderheid van de onderzochte personen na verloop van 20 jaar zonder antipsychotica leefde.
Deze studie ontkrachtte ook de stelling dat mensen met een psychose ofwel ‘genezen’ (25%) ofwel belanden in een ‘defectschizofrenie’. Want deze 75% leren leven en omgaan met hun psychose, vaak zonder antipsychotica (Ciompi & Müller,1976). Toen ik begon met mijn activiteiten in de rehabilitatie, begin jaren tachtig, was deze studie belangrijk omdat zij de mythe van de ‘chroniciteit’ en de daarmee verbonden hopeloosheid van tafel veegde.
Chroniciteit is een uiterst stigmatiserend begrip en bestaat alleen in de hoofden van behandelaars. Mensen bij wie behandeling met uitsluitend antipsychotica onvoldoende werkte, werden zo afgeschreven als uitbehandeld. Dit is een uiterst beperkte blik op de behandeling van mensen met psychosen, die de rehabilitatie juist probeerde te doorbreken. Verder bleken er ook geen eenduidige belooptypes te bestaan, wat voor mij het belang om gevoelig te zijn voor open, zeer individuele levensprocessen en levensgebeurtenissen nog eens benadrukte.
Ook aan het vele onderzoek naar de effecten van antipsychotica op korte termijn kleven de nodige problemen. De meeste data stammen uit het vergelijken van groepen en zeggen daarom weinig over de individuele patiënt. Bovendien wordt 90% van het onderzoek gefinancierd door de farmaceutische industrie. Die bepaalt door het toekennen van onderzoeksgelden wat onderzocht wordt en door wie. Het is dan ook niet vreemd dat de experts die het onderzoek verrichten vrijwel allen aanhangers zijn van het paradigma van de biologische psychiatrie.
En gezien de enorme financiële belangen die ermee gemoeid zijn, is het evenmin vreemd dat de industrie direct of indirect invloed uitoefent op de (publicatie van) onderzoeksresultaten. In zijn boek ‘Mad in America’ schetst Robert Whitaker (2002) een ontluisterend beeld van deze onderzoekspraktijk. Manipulatie en omkoping van onderzoekers blijken op grote schaal voor te komen.
Als voorbeeld kan het verhaal van Richard Borison dienen, die voor geneesmiddelenfabrikant SmithKline een groot vergelijkend onderzoek zou uitvoeren. Hij kreeg hiervoor veel geld, maar voerde het onderzoek niet uit. Wel presenteerde hij prachtige, voor zijn opdrachtgever zeer gunstige resultaten, die hij gewoon uit zijn duim gezogen had. Zijn bedrog kwam aan het licht, maar verhinderde niet dat hij twee jaar later benoemd werd tot hoogleraar aan het Medical College van Georgia, waar hij opnieuw grote onderzoeksopdrachten van de farmaceutische industrie binnensleepte.
De uitvoering daarvan liet hij over aan onvoldoende gekwalificeerde mede werkers en hij maakte zich schuldig aan omkoping en het vervalsen van data. Uiteindelijk verdween Borison voor 15 jaar achter tralies, maar intussen zijn de ‘prachtige onderzoeksresultaten’ die hij genereerde gepubliceerd in voor aanstaande tijdschriften.
Borison was betrokken bij 79 publicaties, waarvan het merendeel gaat over de effecten van antipsychotica. Zo beïnvloedden ze de richtlijnen die vervolgens bindend worden voorgeschreven door de vereniging voor psychiaters. [tk] En tegen… [einde tk] Terwijl er dus alle reden is te twijfelen aan de empirische evidentie onder het idee dat antipsychotica de essentie vormen van de behandeling van psychosen, zou men gezien de risico’s die het gebruik van deze medicijnen met zich mee brengen juist zeer terughoudend moeten zijn met het voorschrijven ervan. Zo leidt de behandeling met het atypische antipsychoticum Zyprexa tot een verhoogd risico op suikerziekte (diabetes).
De firma Lilly, producent van Zyprexa, heeft de sinds 1999 bekende en alarmerende data over verhoogd bloedsuiker en manifeste diabetes bij Zyprexa-gebruik bewust achtergehouden. Toen deze gegevens uiteindelijk toch aan het licht kwamen, moest Lilly aan 8000 mensen met door Zyprexa veroorzaakte suikerziekte 690 dollar aan schadevergoeding betalen, wat bij een jaarbudget van 2,4 miljard dollar geen echte aderlating was. De behandeling met antipsychotica gaat ook samen met een verhoogd sterftecijfer.
In een Finse prospectieve studie over 17 jaar blijkt de mortaliteit verhoogd met een factor 2,25. Doodsoorzaken zijn onder meer hartritmestoornissen en trombose. (Beurskens, 2005; Joukomaa e.a., 2006) De steeds vaker toegepaste combinatiebehandeling van antipsychotica met antidepressiva kan tot een verdere verhoging van de mortaliteit leiden. Tenslotte kunnen antipsychotica leiden tot het afsterven van hersencellen, afhankelijk van het middel, de dosering en de duur van het gebruik (Lieberman, 2005).
Niet voor niets vergelijkt Kisker, hoogleraar in Hannover, psychofarmaca-therapie met het kappen van bossen: ‘Door het toedienen van een antipsychoticum kappen wij niet de geselecteerde bomen (receptoren), maar slaan wij een brede strook in het bos van de neuronen in de hersenen.